Wegwuiven

Mijn achterbuurman vandaag was weer op dreef.
Ik hoef maar 1 stap te zetten of hij duikt op. Overal en nergens.
Vriendelijk als altijd. Beleefd ook.
En bezorgd.

‘Kan ik iets voor je doen?’ of ‘Is er iets?’
Waarop mijn antwoord is: nee, waarom zou er iets zijn?
‘Je zwaaide minder lang naar me terug als anders.’

Ik denk dan: ‘ik wil helemaal niet naar je zwaaien. Ik wil niet eens dat jij naar mij zwaait.’
Maar wat doe ik? Ik wuif zijn observatie weg.

Heb ik hem er toe aangezet om zo vol van mij te zijn? Eerlijk gezegd denk ik van niet. De alarmbellen rinkelen bij mij nu veel eerder dan dat ze vroeger deden. Ben niet meer bezig de wereld te redden. Aan de andere kant denk ik ook wel eens: wat als iedereen de buurman wegwuift, wat blijft er voor die man dan nog over?

loneliness

Advertisements

Doornroosje

Ontwaken uit een diepe slaap nadat de prins je heeft laten ontwaken door die ene kus. Zou er een moraal achter dit verhaal zitten? Zijn er gebeurtenissen in het leven die je ogen laten opengaan? Wanneer gingen die van mij open eigenlijk?

Doornroosje01

Zijn er mensen die ook al zijn ze wide awake toch slapen? Ach, mijn vergelijking slaat op niks. Mijn griep benevelt mijn denkvermogen.
Toch vraag ik me wel eens af wie er naast mijn bed zou zitten om mijn hand vast te houden wanneer ik zou slapen zonder wakker te worden.

Welke liedjes zouden ze voor me zingen? Welke verhalen zouden ze me vertellen? Welke herinneringen zouden worden opgehaald? Welke tranen zou ik voelen op mijn gezicht? die van mijzelf of van de mensen om mee heen?

En dan zie ik voordat ik afsluit deze tweet van Chris.

Even verwerken.
Lukt niet, want dit gaat te diep.
Morgen gezond weer op. Oke?
Jij ook, Chris!

we will always have…….Ede-Wageningen

Terwijl de pijlen op 31 december de lucht in schoten, dacht ik opeens terug aan een vroegere collega van me. Luuk.

Luuk viel op tussen mijn andere collega’s op het advocatenkantoor waar ik toen werkte. Ja, hij zag er knap uit in zijn pak, maar dat was niet wat hem anders maakte. Hij had oog voor zijn vak en won bijna al zijn zaken. Waar hij ook oog voor had was zijn gezin. Dat viel op in de wereld van de yuppies en de carrière-tijgers. Ik smolt weg toen ik hem op een dag in de kantine zag staan om met een theedoek wat baby-smurrie van zijn pak te vegen. Hij lachte me verlegen toe. ‘Kom, ik help je wel even…’

Ik moest op mijn tenen gaan staan om bij zijn schouder te kunnen. Op dat moment kon je een speld horen vallen. “Het” was voelbaar. Hij doorbrak de spanning met een grapje. En sinds dat moment hebben we veel grapjes over en weer gemaakt, per e-mail of wanneer we samen op kantoor waren. Grapjes met een ondertoon. Grapjes op ontdekkingsreis.

Wat zou hij van mij vinden? In mijn ogen was hij de perfecte man. Grappig, scherp, liefdevol, warm en vooral een geweldige vader voor zijn kinderen. Op een avond hadden we een soort van date. Haha, een snelle hap in een wok restaurant omdat we die avond naar een congres gingen. Ik had mijn mooiste jurk aan. Zou het hem zijn opgevallen?

Drie weken later stonden we bij het kantongerecht. ‘Je had die jurk van het congres aan moeten doen, dan had jij je zaak vast gewonnen.’ Goh, het was hem dus toch opgevallen.

Af en toe gingen we lunchen samen. Op een keer vertelde hij me dat wanneer hij me 10 jaar eerder was tegengekomen, hij vast wel met me op stap had willen gaan. Luuk was volgens mij al sinds de kleuterklas samen met zijn Judith. Dus ik vond het nogal een bekentenis. Ik voelde het overal tintelen. Maar verder dan dat kwam ik niet. Ik heb hem zeker uitgedaagd, maar zijn Judith was hem heilig. Ik raakte meer en meer van Luuk onder de indruk. Ik wilde ook een Judith zijn.

Een jaar later moesten we samen naar een cursus in Ede-Wageningen. Om eerlijk te zijn, ik had het daar een beetje op aangestuurd. Op naar het grote avontuur met Luuk. Luuk kwam me ophalen en samen reden we naar deze ‘wereldstad.’ En weetje? Het was geweldig. De stad leek op Parijs, Londen en Barcelona tegelijk, gewoon omdat we samen waren. We trokken het hotel in en mijn kamer lag precies boven de kamer van Luuk. Na een gezellig etentje en een afzakkertje gingen we ieder naar onze eigen kamer. ‘Als er iets is, stamp je maar op de grond…’

Die avond lagen we ieder apart op onze eigen kamers met elkaar te sms-en. Grapjes te maken over gestamp op de grond. Het heeft echt wel even geduurd voordat de slaap mij meenam in dromenland.

De cursus was saai. Het etentje daarna was speciaal. Gepraat, gelachen en een glas wijn gedronken. Daarna zaten we nog even in de bar van het hotel. We hadden een mooi en intens gesprek. Over het leven, over gebeurtenissen, over herinneringen.

‘Ben je wel eens verliefd geweest op iemand anders dan Judith, terwijl je bij haar was?’ Luuk keek me aan en zei: ‘Ja.’

‘En toen, wat gebeurde er toen? Wat heb je ermee gedaan?’

‘Niks.’

‘Want?’

‘Ze stampte niet op de grond…’

Mijn adem stokte, mijn hart sloeg op hol en volgens mij kwamen er iets van tranen in mijn ogen. Ik zag Luuk blozen.

En daar zaten we dan.

‘Ik heb er wel over nagedacht hoor. Over jou en mij. Maar het zou zoveel overhoop gooien, dat moeten we niet willen.’

‘Nee’, zei ik. ‘Dat moeten we niet willen.’ En weer wou ik dat ik Judith was.

Die nacht stuurde we elkaar nog een paar sms-jes. Ik twijfelde even maar drukte toch op send: ‘ik zou nu zo graag een knuffel van je willen…’

‘Is goed. Knuffel moet kunnen. Tot zo.’

Ik ben uit bed geschoten, mijn tanden nog een keer gepoetst, in de spiegel gekeken….en toen klonk er een klopje op de deur.

Daar stond hij. En daar stond ik. Heel even hebben we elkaar vastgehouden. En toen heb ik nog nooit iemand zo snel rechtsomkeer zien maken.

Ik deed de deur dicht. Ben op mijn bed gaan liggen en mijn kussen ving mijn tranen op. Ik nam me voor om hem nooit meer om een knuffel te vragen. Niet omdat ik er geen meer van hem wilde. Maar ik wilde hem nooit meer in zo’n positie brengen, daar was hij te speciaal voor. Makkelijk was het niet. Aan mijn gevoel zit namelijk geen uitknop. 

We zijn blijven lunchen, blijven praten, vrienden gebleven. Een paar jaar terug zijn we elkaar uit het oog verloren.

En opeens dacht ik dus terug aan Luuk. Zou hij ooit nog aan mij denken?

Had ik achter hem aan moeten gaan, toen, daar…in Ede-Wageningen. Of is de herinnering eraan zo kostbaar en het koesteren waard in plaats van erover te treuren?