Gewoon vrienden

Gisterenavond bijgekletst met mijn vriendin Karin. Hoe lang ken ik haar al? Bijna mijn hele leven, zo lijkt het. We halen jeugdherinneringen op terwijl we elkaar pas zo’n 3 jaar geleden ontmoet hebben via werk. Zij runt nog steeds haar eigen advocatenkantoor en ze is echt enorm goed in haar vak. Een vakvrouw met lef. Met Karin heb ik veel discussies gevoerd hoe het in de advocatuur beter zou kunnen met name ten aanzien van onze klanten. Gisterenavond was het gesprek anders. We hebben gelachen en zelfs een traan gelaten, gewoon via skype.

Typisch dat we het snel over ons lievelingsboek van vroeger hadden; “het onzichtbare licht” geschreven door Evert Hartman.

Voor Leny is het heel normaal dat zij soms lichtkransen ziet rondom mensen. Maar langzaamaan komt ze erachter dat dat helemaal niet zo gewoon is.

En dat is nog maar het begin, want ze krijgt ook nog allerlei nare visioenen en dromen. De mensen om haar heen begrijpen het niet en vinden het zelfs een beetje eng. Leny eigenlijk ook, maar ja… ze moet er toch mee leren leven.

Ik vertelde Karin dat er in het boek de passage voorkomt dat Leny wanneer ze bang is terwijl ze in bed ligt, gewoon 7 keer met haar hand vlak boven haar lichaam moet strijken. Dat trucje heb ik na dit boek ook wel een paar keer toegepast. Karin lag in een deuk: zij deed dat vroeger dus ook.

Karin vertelde me dat ze van een afstandje het verhaal tussen Chris en mij volgt en dat ze wil weten hoe het afloopt. Haar stem werd zacht met een serieuze doordringende ondertoon. Haar man Tom had ook een vriendschapsverzoek via Facebook gekregen van een oude vlam uit het verleden. Hij had het enorm leuk gevonden en Karin de Facebook pagina van zijn oude vlam laten zien. Achja, dat was prima toch? Hoeveel oude vlammen waren er nog tussen haar Facebook vrienden terug te vinden?

Ik zag dat Karin het even moeilijk kreeg. Tom wilde met deze dame van vroeger afspreken. Ze hadden namelijk een hoop in te halen en hij wilde de vriendschap weer aanhalen. Gewoon praten, wandelen, een kop koffie drinken. “weetje, Mila, ik vertrouw Tom wel in zijn onschuld, maar ik vertrouw haar niet…”

Dat bracht ons bij het onderwerp of Mannen en Vrouwen waar tussen het ooit vlamde überhaupt wel “gewone” vrienden kunnen zijn.

In plaats van de het trucje uit het boek van Evert Hartman besluiten we nu maar om een glas wijn te drinken en het leven te nemen zoals het op ons pad komt.

Just Friends

Advertisements

Just give me a reason

Hoe herkenbaar.

Zij:

just give me a reason
just a little bit´s enough
just a second we´re not broken
just bent and we can learn to love again
it´s in the stars
it´s been written in the scars on our hearts
we´re not broken just bent
and we can learn to love again

Hij:
i am sorry i don´t understand
where all of this is coming from
i thought that we were fine
(oh we had it all)
your head is running wild again
my dear we still have everything
and it´s all in your mind.
(yeah but this is happening)

En het enige wat ik nu doe, is dit liedje over me heen laten komen.

Learn to love again.

Volgens mij moeten we veel meer leren dan alleen maar weer van elkaar houden. Ik zit en denk na. Waar gaat het tussen mensen toch opeens zo mis, dat je elkaar volledig kwijt bent. Misschien eerst jezelf maar terug vinden tussen die brokstukken en dan samen die stukken weer lijmen, op het fundament dat je samen weer opnieuw opbouwt. Weloverwogen. Bewust. Opnieuw kiezen voor elkaar of juist voor jezelf.

Gesprekken in mijn hoofd

Ik merk dat het een gewoonte begint te worden. Ik voer gesprekken in mijn hoofd.

Het is, buiten mijn kinderen, nogal stil om me heen. Gesprekken zijn moeilijk te voeren met de mensen die dichtbij me zouden moeten staan. Dus voer ik ze steeds vaker gewoon in mijn eigen hoofd. Waarom spreek ik ze niet uit? Omdat ik weet dat het geen zin heeft om ze uit te spreken? Of ben ik gewoon een lafbek, bang voor de confrontatie? Of ben ik in mijn relatie op het punt aangekomen waar het liedje van De Kast klopt: ‘we hebben woorden zonder woorden…’

Met Chris voer ik ook gesprekken. Ik typ me suf op Facebook in de hoop iets van hem te horen. Ik tik sms-jes om de stiltes tussen mijn eigen Facebook dialoog op te vullen. Daarnaast vul ik dan ook nog wat ik denk dat hij van mijn berichtjes zal vinden.

Zal ik daar maar gewoon mee stoppen?

Misschien moet ik eens een hobby zoeken. Wordfeuden ofzo.

Chatbericht aan Chris

 

 

Vleermuiskind

Een vriend van vroeger schreef me ooit een gedicht.

“Vleermuiskind,

Ogen zo groot

in een angstig gezicht.

Mama, mag het donker aan?

Ik ben zo bang voor het licht.”

Ik heb het gedicht altijd ergens in mijn hoofd zitten. Als klein kind kroop ik vaker onder mijn bed om te zien of alles veilig was. Maar het gedicht gaat niet alleen over angst en je veilig voelen. Het staat voor mij ook voor het idee dat je altijd iemand in je leven nodig hebt om je veilig en gehoord bij te voelen. Zo probeer ik er altijd voor mijn kinderen te zijn.

Maar steeds vaker vraag ik me af; wie is er dan voor mij? Wie kent mijn gedachten? Mijn verdriet en mijn pijn? Wie juicht met mij mee wanneer ik weer een stuk verder ben gekomen in die verdomde Olijfgaard van me?

Mijn man? Die lijkt zo ver weg, alsof hij niet meegekomen is naar Frankrijk. Ik wil hem roepen, maar mijn stem sterft weg. Ik voel me alsof ik niet meer de vrouw ben die hij zo liefhad, maar de vrouw die in de wegloopt en teveel zeurt (en te weinig poetst). En hier ligt ook een fout van mij. Ik moet mezelf weer zichtbaar maken. Niet meer wegcijferen, maar er gewoon zijn. Mogen zijn!

Chris? Chris met zijn mooie woorden en die klik van vroeger die weer is begonnen te vonken. Maar ook hij is er heel vaak niet. Gewoon bezig met zijn eigen leven. Ik stuur hem berichtjes maar hoor niks terug. Zou het over zijn, denk ik dan? Is de vonk weer weg? Is hij weggekropen in zijn eigen wereldje?

En wat haat ik mezelf wanneer ik urenlang op mijn telefoon gluur of er een berichtje komt van Chris. Ik heb mezelf totaal afhankelijk gemaakt van zijn teken van leven. Dat ga ik anders doen. Hoe ging dat liedje van Marco Borsato ook alweer? ‘Jij hebt mij niet nodig, ik ben overbodig, want als jij mij zou missen, dan kwam je hier wel heen…’

Dagen later hoor ik dan dat hij heel erg druk was. Of de griep had. En dat hij echt wel aan me gedacht heeft. Maar aan me denken….aan me denken is niet genoeg: ik wil iemand die er voor me is. Iemand die zegt dat ik niet meer onder mijn bed hoef te kijken omdat hij dit al voor me heeft gedaan.

Image

Bellen blazen

Afgelopen dinsdag las ik je blog, Chris. Over zeepbellen die uit elkaar spatten. Over donkere wolken die voor de zon schuiven en dat terwijl jij op ons bankje zat.

Ik heb een heel ander beeld voor ogen. Ik roep het beeld op van mijn kinderen, jaren terug. Toen ze buiten speelden en genoten van de bellen die ze bliezen. Van de kleurtjes die in elke bel zichtbaar werden. Wat konden ze lachen wanneer ze met hun vingers in de bel prikten en deze uit elkaar spatte. Ze bleven blazen en de bellen bleven komen.

Die avond lagen we met z’n allen in het bed van Laurie. Laurie is diegene met de diepe vragen en altijd zoekende naar nog diepere antwoorden. ‘Mama, zou jij niet in zo’n bellen-blaas-bal willen zitten?’ Ik moest er even over nadenken. ‘Weet ik niet, Laurie, het zweven lijkt me leuk en ook om alle kleurtjes om me heen te zien. Maar wat als jij mij dan stuk prikt, dan ben ik toch weg?’  Ze keek me een beetje bedenkelijk aan. ‘Nee, mama, dan blaas ik weer een nieuwe bel en dan zit jij daar weer in. Jij bent mijn mama en die gaat nooit weg.’

Ik knuffelde Laurie. ‘Vooruit, ik wil wel zo’n mooie bellen-blaas-bel zijn! Dan dans ik in de wind en warm mij aan de zon….’

Bellen-blaas-bal

Bellen-blaas-bal